| Henri Storck op de viersprong van het leven |
Een rigoureuze filmkunst, gebaseerd op de realiteit, maar onderworpen aan de regels van de mise-en-scène - die esthetiek die ook een ethiek is - dat heeft Henri Storck uit de films van Flaherty. Hij is twintig jaar oud als hij, vervuld van bewondering, Moana ontdekt in de Filmclub te Brussel. Hij sticht te Oostende een filmclub en begint met een zuivere amateurcamera zijn geboortestad te filmen.De apparatuur en de technieken worden met de tijd - en met de evolutie zelf van de filmkunst - geraffineerder. Gedurende meer dan een halve eeuw exploreert Storck alle domeinen van de documentaire kunst. Op het moment dat Flaherty hem de weg wijst, beseft Storck nog niet dat hij één van de meesters van de antropologische film zal worden. De jonge Henri Storck wordt in 1930 de officiële cinegrafist van de stad Oostende. Hij ontwikkelt zelf zijn negatieven in het laboratorium dat hij ingericht heeft, en ‘s avonds vertoont hij, met orkestbegeleiding, zijn actualiteitenprogramma in een bioscoop van de stad. Maar hij houdt zich ook ijverig bezig met de schoenenzaak die hij van zijn vader in de Adolf Buylstraat geërfd heeft. Hij houdt secuur de rekeningen bij, maar geniet er ook van met vakkundige hand de voeten van mooie dames te strelen. Een selectie van die eerste beelden wordt bijeengebracht in Oostende, koningin der badsteden, waarvoor Jaubert zijn eerste filmmuziek schreef (1930). Maar als eenzelvig experimentator onderneemt hij vooral een serie poëtische probeersels, die op dat ogenblik nog erg zonderling leken, zoals de reeks beeldende variaties op het thema van de zee, de wind en het zand, met de bescheiden titel Beelden van Oostende (1929-1930). Hij toont deze fascinerende beelden van de zee tijdens het tweede internationale congres van de onafhankelijke film, dat in december 1930 te Brussel gehouden wordt. Jean Vigo, die A propos de Nice is komen voorstellen, roept spottend uit: Wat een water, wat een water! Dat werd het begin van een vurige vriendschap. Ook Germaine Dulac, directeur van de Gaumont-Francofilm-Aubert-maatschappij (G.F.F.A.), was bij die ontmoeting aanwezig. Zij neemt de twee jongemannen in dienst als assistenten en nodigt ze uit met haar te komen werken. Zo belandt Henri Storck eerst te Parijs en vervolgens te Nice, waar hij opnieuw contact heeft met Vigo. Gedurende de zomer 1931 keert hij naar Oostende terug, waar hij een prachtige, buitenissige kleine film realiseert, een film die je niet kunt klasseren, half fictie, half droombeeld: Strandidylle. Hij trekt naar Parijs om deze wonderlijk vrije beelden te sonoriseren en wordt Vigo’s assistent voor Zéro de conduite. Eventjes verschijnt hij in soutane op het scherm. |
|||||||
| < Vorige | Volgende > |
|---|

Een rigoureuze filmkunst, gebaseerd op de realiteit, maar onderworpen aan de regels van de mise-en-scène - die esthetiek die ook een ethiek is - dat heeft Henri Storck uit de films van Flaherty. Hij is twintig jaar oud als hij, vervuld van bewondering, Moana ontdekt in de Filmclub te Brussel. Hij sticht te Oostende een filmclub en begint met een zuivere amateurcamera zijn geboortestad te filmen.